Dat Willem van Gilst een veelzijdige autotechnicus is, ben ik in de afgelopen decennia wel achter gekomen. Sinds 2020 is Willem fulltime als mede-eigenaar van Garage Van Gilst werkzaam, het garagebedrijf waar zijn vader en moeder in 1981 zijn begonnen. Zijn jongste aanwinst is zondermeer spectaculair te noemen: een Citroën GS Birotor.
Wie begin jaren ’70 een Wankel-limousine wilde kopen, had daarvoor twee mogelijkheden: de NSU Ro80 uit Duitsland of de Citroën Birotor uit Frankrijk. Weliswaar is de rotatiemotor niet door Felix Wankel uitgevonden, maar deze ingenieur had al in 1944 de aandrijfbron betrouwbaar ontwikkeld, vandaar dat dit type motor naar hem is genoemd.
Op de IAA in 1963 introduceerde NSU de Wankel-Spider met een één-schijfs-Wankelmotor, maar er waren nog steeds problemen. Citroën, Mazda, Mercedes-Benz, Rolls-Royce en Curtis-Wright werden licentiepartners en het was Mazda die in 1967 voor het eerst een twee-schijven-Wankelmotor in een serieauto voorstelde. De andere merken zijn een voor een afgehaakt, op Citroën en NSU na.




Frans-Duitse samenwerking
Citroën en NSU hadden midden jaren zestig de krachten gebundeld en gezamenlijk de firma Comotor in Überherrn in het Duitse Saarland opgericht. Citroën had al geëxperimenteerd, maar beide merken gingen vanaf dat moment voor de twee-schijven-Wankelmotor met een inhoud van 497,5 cc per kamer, die via een drietraps halfautomaat de voorwielen aandreef.
“De sportieve Wankel-Limousine uit Frankrijk”
Citroën koos voor één bougie per kamer, NSU volgde ook daarmee. NSU had voor de Wankelmotor een separaat model ontwikkeld, de RO80, terwijl Citroën de motor in de bestaande GS plaatste, weliswaar met veel aanpassingen, genaamd Birotor.
Uiterlijk vallen de uitgeklopte spatschermen op, die plaats moesten bieden aan een grotere spoorbreedte. Onderhuids moest er flink wat veranderd worden, omdat de Wankel-motor dwars voorin lag en de auto 250 kg zwaarder was dan de gewone GS.


Weinig ervaring
De pers was aanvankelijk enthousiast, want men prees de stille, snelle en comfortabele Franse sportwagen met een topsnelheid van 175 km/h. De klanten kochten echter aanvankelijk een prototype of beter een auto uit de voorserie die eigenlijk nooit écht ontwikkeld werd. Tussen 1973 en 1975 werden slechts 847 Birotors geproduceerd.
Dat het project een financieel debacle werd, heeft met een aantal zaken te maken: de hoge prijs, technische problemen met de afdichting, het benzine-en olieverbruik en de oliecrisis van 1973. Citroën heeft geprobeerd de resterende auto’s terug te kopen om ze te vernietigen, maar een gedeelte van de eigenaren koos er voor deze unieke auto te behouden. De Comotorfabriek is in 1974 van de ene op de andere dag gesloten onder druk van Peugeot, de nieuwe partner van Citroën.
Men vermoedt dat er zo’n 250 stuks zijn overgebleven, waaronder die van Willem van Gilst uit Colijnsplaat.


Tekst Rob Strating | Foto’s Koen Dorst