Homecoming Scotland: een Zeeuw tussen kilts en lochs
Tussen de mistige heuvels van de Schotse Highlands liggen schilderachtige lochs: diepe, donkere meren in een ruig landschap. Kleine dorpen nodigen uit tot een pint in een gezellige pub en de doedelzak vertolkt de Schotse trots. Schotland is magisch. Dat ervaart ook de Zeeuwse doedelzakspeler Thijs Martens: “Het land heeft iets bijzonders. Noem het homecoming Scotland: vanaf de eerste kennismaking voelde ik me er thuis. Er heerst een gemoedelijkheid waardoor je steeds weer terug wilt. Een magie die nauwelijks te duiden is.”
Tekst Caroline Houmes | Foto’s Koen Dorst
Schotland en de doedelzak zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met het bespelen van dit instrument begon voor Thijs niet alleen een muzikale reis, maar ook de liefde voor dit ruige land van whisky, kilts en meeslepende doedelzakklanken.
Een Zeeuw met een doedelzak? Dat klinkt bijzonder, maar is minder vreemd dan je zou denken. “Ik speel bij Inter Scaldis Pipes and Drums uit Domburg,” vertelt hij. “De band is opgericht als ‘levend monument’ voor de Schotse bevrijders van Walcheren, The Kings Own Scottish Borderers. We dragen hun ‘tartan’ (kleur van de kilt) en hebben het wapen van hun regiment op onze badges. Hiervoor kreeg de band officieel toestemming, want je mag niet zomaar elk Schots uniform dragen. We treden regelmatig op in binnen- en buitenland. Soms ook voor veteranen of anderen die de oorlog hebben meegemaakt. Zij herinneren zich vaak nog de klanken van de doedelzak tijdens de bevrijding. Dat kan tranen van herinnering oproepen. Ook in het algemeen roept doedelzakmuziek vaak emoties op. Hetzelfde gevoel overvalt me wanneer ik in Schotland ben; een emotie die je met woorden nauwelijks kunt vangen.”
Van Donald Duck tot doedelzak
Of Thijs zijn eerste doedelzak nu op televisie zag of erover in de Donald Duck las, dat weet hij niet meer. Wat hij wél weet: op zijn negende wilde hij niets liever dan dit instrument leren bespelen. Zijn ouders dachten dat het een bevlieging was, maar Thijs was behoorlijk vasthoudend.
“Ze namen me mee naar een competitie in Rilland. Waarschijnlijk hoopten ze dat ik na al die herrie zou afhaken, maar het tegenovergestelde gebeurde. De sfeer, de prachtige uniformen en de variatie in muziek; ik vond het geweldig, en mijn ouders eigenlijk ook.” Om lid te worden van Inter Scaldis Pipes and Drums was hij eigenlijk te jong: de minimumleeftijd lag toen op zestien. Toch mocht Thijs beginnen op een practice chanter, een soort oefenfluit die veel minder geluid maakt dan een echte doedelzak. “Eerst moest ik zes tot acht nummers leren, om met de band mee te mogen spelen, maar het werd al snel het hele repertoire,” zegt hij lachend. Het echte werk – de zak vol blazen, leegdrukken met de arm en weer vol blazen – volgde later. “Mijn eerste doedelzak kreeg ik rond mijn twaalfde. De tweede kon ik aanschaffen door steun van het Cultuurfonds. Hierdoor kreeg ik de mogelijkheid om beter te worden. Een goed instrument is onmisbaar. Inmiddels heb ik er zes, elk met z’n eigen geluid en karakter.”
Wereldtitel in Glasgow
Ambitieus als hij is, zoekt Thijs al snel naar een manier om op een hoger niveau te spelen. Hij reist elke zomer naar Schotland om les te nemen en sluit zich aan bij een doedelzakband in Antwerpen om op hoger niveau competities te spelen. Een paar jaar later maakt hij de overstap naar de Schotse Royal Burgh of Annan Pipe Band, een competitieband waar ook een bevriende, Vlaamse doedelzakspeler speelt. Het betekent drukke, maar vooral succesvolle jaren: Thijs reist regelmatig naar Annan, in het zuiden van Schotland, om te repeteren. “In mijn tweede seizoen met de band wonnen we tijdens de World Pipe Band Championships in Glasgow de wereldtitel in onze categorie. Dit is de mooiste prijs die er te winnen valt in zo’n seizoen. Het gaat om een gigantische competitie waarin honderden bands uit de hele wereld meedoen. Om dan te winnen is een fantastische ervaring!”
Doedelzak op de Highlands
Annan is een stadje aan de rivier Annan, vlak bij de Engelse grens. Hier lijkt de trots op Schotland soms nog groter dan elders – iets waarin Thijs als Zeeuw veel herkent. Jaarlijks trekt de Riding of the Marches door de straten: een eeuwenoud ceremonieel waarbij ruiters, begeleid door doedelzakken en drums, de grenzen van het gebied verkennen. “Fantastisch dat de omroeper ook benoemde dat er doedelzakspelers uit andere landen meededen. Dat spreekt toch erg tot de verbeelding.” Voor Thijs is de doedelzak bij uitstek een instrument om buiten te spelen.
Eén van zijn mooiste herinneringen is het spelen hoog in de Highlands. “Als je boven op zo’n berg staat, draagt de muziek ontzettend ver. Ik heb meegemaakt dat mensen op een zeilboot in een loch met zaklampen seinden om te laten zien dat ze de muziek hoorden. Dat bezorgt je echt kippenvel.”
“Volgens mijn Schotse vrienden is dat belangrijk: hoe gezelliger het onderling is, hoe beter je presteert.”
Het hart blijft in Schotland
Dat doedelzakspelen Thijs’ grote passie is, mag duidelijk zijn. Toch vergt het reizen naar Schotland veel tijd, geld en toewijding. Bovendien komt de lat steeds hoger te liggen, omdat het niveau van doedelzakbands steeds beter en professioneler wordt. Om competities te blijven winnen, schaalt de band het aantal repetities per week op. Aanwezigheid bij zo veel mogelijk repetities is heel belangrijk. Dat is bijna niet meer te combineren met een fulltime baan. Als Thijs een huis in Goes koopt, besluit hij zich te richten op zijn muzikale carrière bij Inter Scaldis Pipes and Drums en het spelen van solo-competities.
“Het voelt als homecoming in Zeeland. Ook lekker dichtbij huis zijn er doedelzakcompetities te vinden en is er veel gezelligheid. Volgens mijn Schotse vrienden is dat belangrijk: hoe gezelliger het onderling is, hoe beter je presteert.” Gaat hij Schotland daardoor vergeten? “Absoluut niet! Ik heb er veel vrienden en mijn hart ligt nog steeds bij dat land. Als het weer begint te kriebelen, pak ik mijn doedelzak en sluit ik me graag opnieuw aan bij een Schotse band.”