De Volvo 164: grote Scandinavische schoonheid

De Volvo 164 van Peter Stok

Peter komt oorspronkelijk uit Amsterdam, maar is in 1976 naar Vlissingen verhuisd, waar hij  bibliothecaris in Vlissingen en Souburg werd. Later was hij voorlichter bij de gemeente Vlissingen en verantwoordelijk voor de communicatie en burgerparticipatie. Hij kocht in de jaren ’90 zijn eerste Volvo: een Amazon Sedan vierdeurs om vervolgens na twee jaar een geïmporteerde Combi van 1968 uit de USA aan te schaffen. Deze gebruikte hij en zijn vrouw als dagelijkse auto tot 2016. In dat jaar tikte het echtpaar de 700.000 kilometer aan, waarvan 450.000 zelf gereden! Hij is een lid van de Volvo Club Regio Zuidwest die mede door hem en zijn vrouw samen met andere Volvo enthousiastelingen uit Zeeland en West-Brabant in 1999 werd opgericht.


Peter: “Het Volvo-virus kreeg ik van mijn ouders, want die reden namelijk een Amazon 122 S uit 1964 met overdrive. Mijn ultieme wens was na de Combi echter een andere Volvo, namelijk een 164. Ik vond deze dankzij mijn Volvovrienden in Driebergen: een lichtblauwe uit 1973 en heb hem na aankoop een zeer uitgebreide, grote beurt laten geven bij de bekende Garage Touw in Koudekerke.”

Als ik Peter verder interview, vertelt hij meer over zijn nieuwe liefde: “In het najaar van 1968 presenteerde Volvo de 164. Het was een doorontwikkeling van de 144, maar de 164 had een meer exclusievere positionering. Het belangrijkste technische verschil was dat Volvo een 3,0 liter zescilinder lijnmotor onder de motorkap had. Deze motor was ontwikkeld op basis van de 2.0 liter viercilinder die ook in 1968 tegelijkertijd voor de 140-serie werd geïntroduceerd. De 164 had vanaf het begin twee Zenith Stromberg-carburateurs en was later ook leverbaar met brandstofinjectie. Het was de eerste keer sinds 10 jaar dat Volvo weer een zescilinder aanbood sinds de PV800 die uitsluitend als taxi werd geproduceerd. Voor de particuliere markt had Volvo echter al bijna 20 jaar geen zescilinder meer, toen de productie van de PV60 in 1950 stopte.


Het exterieur van de 164, met name de voorkant, heeft een heel eigen vormgeving. De motorkap is langer dan die van de 144 en biedt meer ruimte voor die grote motor. De grille zorgde vanaf het begin voor een luxueuze uitstraling, zeker ook in combinatie met de geïntegreerde mistlampen.
Mijn 164 is de tweede serie, dat kan je o.a. zien aan dat front, want ten opzichte van de eerste serie is de bumper rechtgetrokken en zijn de achterlichten horizontaal getekend in vergelijking met de oorspronkelijke verticale 144-lichten. De stoelen waren voor de 164 compleet vernieuwd met luxe materialen en natuurlijk was leren bekleding een veel gevraagde optie.


De 164 is uiteindelijk 146.008 maal geproduceerd tot 1975, waarvan in het laatste jaar de meeste naar de USA werden verscheept.”

In mijn archief heb ik de eerste test van de 164 gevonden van het Duitse automagazine Auto Motor und Sport van 25 april 1970, een resumé:

  • Carrosserie: ruime vijfzitter, grote kofferruimte, gemakkelijke instap, onbelemmerd zicht op de weg, hoogwaardige materialen, solide afgewerkt.
  • Uitrusting: kwalitatief hoogwaardig en compleet, prima stoelen, uitstekende ruitenwissers.
  • Motor: een geruisloze zescilinder met een mooi koppel, verrassend weinig CO2 uitstoot
  • Rijeigenschappen: lichte vorm van onderstuur tot een neutrale wegkarakteristiek, fijne comfortabele wegligging, laag geluidsniveau. Mooie gewichtsverdeling: 55,5-44,5 %
  • Met stuurbekrachtiging plezierig stuurkarakter
  • Remmen: veilige, goed werkende schijfremmen
  • Uitstekende passieve en actieve veiligheid, uitgerust met rolgordels
  • Goede eigenschappen op gladde wegen

Deze 164 had evenals alle andere Volvo’s een onberispelijke naam op het gebied van de betrouwbaarheid.