“Ik haal nog steeds mijn hart op aan de herinneringen van vakanties in Zoutelande, het strand van Dishoek. Daar spoelde de zee mijn zorgen weg”

Amir Vahidi maakte dit jaar zijn debuut als schrijver. In zijn boek schrijft hij niet alleen over zijn jeugd in Zeeland, maar ook over de impact van migratie en het verwerken van trauma.

Tekst Ella Maria Beekman  |  Foto’s Uitgeverij Ambo|Anthos

Amir Vahidi (Teheran, 1990) kwam op jonge leeftijd naar Nederland en groeide op in Zeeland. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een veelzijdige maker: acteur, zanger en componist. Met het Rotterdamse performancecollectief Club Gewalt maakte hij onder meer de voorstelling We sleep among demons. In 2026 verscheen zijn boek Uit mij zal je groeien. In het boek vertrekt de vader van een Iraanse jongen naar Nederland en na een paar jaren volgen de jongen en zijn moeder voor hereniging. Een intrigerend verhaal over hechting en identiteit, over trauma en heling.

Amir, waar sta je nu in je leven?

“Ik ben blij te kunnen zeggen dat ik zover gekomen ben dat ik kan reflecteren op mijn jeugd zonder eronder te lijden. Ik heb mentaal een bepaalde weerbaarheid opgebouwd waardoor ik me minder vereenzelvig met negativiteit. Anders gezegd: ik begin langzaam maar zeker vertrouwen te krijgen in mijn kwaliteiten. Twee jaar geleden ben ik vader geworden, dat heeft me veel gebracht. Ik ben me nog steeds aan het ontwikkelen. Dat geldt natuurlijk ook voor mijn carrière. Met de komst van dit boek sta ik aan het begin van iets moois. Samengevat kun je stellen dat ik meer vertrouwen heb en minder bewijsdrang.”

Je maakt muziek en theater. Is schrijven iets wat je al lang doet?

“Op de basisschool vond ik het heel leuk om te schrijven. Soms hadden we een middag ‘vrij schrijven’ en dan sloeg mijn fantasie helemaal op hol. Alleen kreeg ik daar niet altijd een fijne reactie op van de leerkracht. Op de middelbare school schreef ik puberpoēzie en toen had ik wel een docent die me steunde. De gedachte om een boek te schrijven was er altijd wel, maar ik heb nooit geloofd dat het ook echt zou gebeuren.”

 

Waarom moest dit boek geschreven worden?

“Ik heb heel lang in groepsverband gewerkt met mijn muziek en performance collectief Club Gewalt, zowel in muziek als theater. In de winter van 2023 voelde ik dat ik heel graag iets wilde starten dat ik volledig op mijn eigen voorwaarden kon maken. Ik begon met het schrijven van losse stukjes. Parallel daaraan volgde ik therapie en ik had de behoefte om daar iets van op papier te zetten. Ik had het verhaal nodig om inzicht te krijgen in mezelf en wellicht kan het voor anderen ook troost en ondersteuning bieden. Er zijn zoveel mensen met vergelijkbare verhalen. Ik wilde een verhaal schrijven dat ook relevant is voor mensen die geen migratie-achtergrond hebben. Trauma is helaas een thema dat veel mensen verbindt.

Hoe lang heb je in Zeeland gewoond?

“Van 1996 – 2008 heb ik in Zeeland gewoond, voornamelijk in Goes. Mijn hele jeugd heb ik dus in Zeeland doorgebracht. Ik heb dat wel als dubbel ervaren. Aan de ene kant is het een fijne tijd geweest met heel veel tijd en ruimte om mijn weg te vinden. Er was veel zachtheid van de mensen om me heen. Anderzijds: in die tijd was ik op de basisschool het enige kind met een Iraanse achtergrond en er was toch wel sprake van onwetendheid, racisme en discriminatie. Ik woon nu in Rotterdam en soms mis ik de frisse lucht, de ruimte en de zee om de hoek. Ik haal nog steeds mijn hart op aan de herinneringen van vakanties in Zoutelande, het strand van Dishoek. Daar spoelde de zee mijn zorgen weg. Nog steeds zie ik elk jaar mijn vrienden van de middelbare school.” In je boek schrijf je: ‘De brok die je in je keel krijgt als je herinnerd wordt aan Iran is kleverig en zuigt zich voor dagen stevig vast. Het is lastig om erlangs te ademen.’


Hoe ervaar jij deze spannende tijd voor Iran?

“Ja, zo voelt het nu zeker. Denken aan Iran deed altijd al pijn, zoals het pijn doet als je afscheid neemt van een geliefde. Maar nu zie ik mijn land vernietigd worden. Mijn hele familie woont daar, terwijl de bommen vallen. En dan wil ik eigenlijk geen onderscheid maken tussen mijn familie en andere mensen die vermoord worden. Slachtoffers voelen als familie, kinderen daar voelen als mijn kinderen.”


Is het schrijverschap een uitstapje of kunnen we meer verwachten?

“Dit smaakt heel erg naar meer. Ik heb gevoeld hoe dol ik ben op het vertellen van verhalen. Ik zie het als een ongelooflijk privilege om dit te kunnen doen. Je vraagt tenslotte van mensen dat ze veel tijd met je doorbrengen. Dat voelt als een voorrecht.”

Je schrijft heel zintuiglijk: je proeft, voelt, hoort en ziet. Is dat bewust?

“Dat heb ik zeker weloverwogen gedaan, maar het is ook wie ik ben. In mijn boek kun je lezen dat ik vanuit een kind heb geredeneerd. Wat voelt het, wat ruikt het? De geur van snoep, het frunniken aan het leer van de achterbank in een taxi: ik beschrijf de dingen zo dat ze invoelbaar zijn voor de lezer. Dus geen grootse politieke vergezichten, maar zo dichtbij dat je het bijna kunt aanraken.”

Had je een publiek voor ogen toen je ‘Uit mij zal je groeien’ schreef?

Nee, niet heel concreet. Mijn doel was dat het bij zoveel mogelijk mensen resonance teweeg zal brengen. Tot op heden krijg ik gelukkig positieve reacties.”

Uit het boek

“Later zul je foto’s zien van deze nacht. Het was inderdaad druk op het vliegveld. Alsof heel Teheran – had ik al gezegd dat je in Teheran was? – dezelfde vlucht moest halen. Je zult foto’s zien van jou en je vader. Jij koortsachtig slapend in zijn armen, hij met iets wat lijkt op een traan op z’n wang. Het zal de laatste keer zijn dat je je vader zult zien. De man die je als vader herkent zal nog wel een rol spelen in je leven, maar niet meer als vaderfiguur”

€ 23,99 | ISBN 978 902 636 987 2